Op de derde dag bezochten we het grootste oorlogsmuseum van West-Europa.
Zondag 7 juni 2026
Na een mindere nacht met een pijnaanval, twijfelde ik of ik mee zou gaan met de uitstap van vandaag. Uiteindelijk besloot ik om mee te gaan. Het oorlogsmuseum ligt vlak naast het vakantiepark. Op wandelafstand is het 750 meter als je via de normale baan gaat. Later in de week ontdekten we nog een sluipweg langs achteren waardoor je op nog minder tijd aan het museum bent.
Ik besloot om met de fiets te rijden. Ik zette mijn fiets eerst aan de echte ingang, maar later bleek dat je ook aan het museum je fiets kwijt kon. Tussen de ingang en het museum zelf ligt nog een wandelweg van zo’n 250 meter. Papa is mijn fiets weer gaan halen en zette het bij het museum.


Het oorlogsmuseum Overloon is het grootste oorlogsmuseum in West-Europa. Het is waar oorlog hoort te zijn: in een museum en niet daarbuiten.


Het oorlogsmuseum is zeer toegankelijk. Het is groot en als wandelen iets minder goed lukt, kan je een draagbare klapstoel gebruiken. Zo kan je onderweg even gaan zitten. Ik heb er dan ook gebruik van gemaakt. Ook voor rolstoelen (die ook beschikbaar zijn in het museum) is het museum geschikt. Brede paden en er zijn liften beschikbaar als er toch verdiepingen zijn. Daarnaast zet het museum zich ook in voor de blinden. En de viervoeters zijn aangelijnd ook welkom in het museum.












Eén van de paradepaardjes van het museum is de tentoonstelling D-Dex. In deze tentoonstelling ga je als bezoeker mee op een Amerikaans schip op D-Day. Vanaf het begin dat het schip nog in een Engelse haven lag tot overzee varen tot de landing en tot de gevechten na de landing. Ik vond dit zo leuk. Ik zou zelfs nog een tweede keer gaan om het nog eens mee te maken. Gelukkig heb ik de landing niet zelf meegemaakt in 1944. Dat zou ik niet zo leuk gevonden hebben.
Bij onze ‘ronde’ ging er een vrijwilliger mee dit ook wat uitleg gaf. Zo vertelde hij dat het eigenlijk de Polen waren die België en Nederland bevrijdden, maar dat de Amerikanen en de Engelsen alle eer krijgen.
Nog een weetje: normaal gezien zou D-Day al op 5 juni 1944 plaatsvinden, maar door de te ruige zee werd het verplaatst naar 6 juni 1944.

Toen was het lunchtijd. In het museum is er ook het museumcafé. Hiervoor moet je even door de toegangspoorten, want het museumcafé is voor iedereen bereikbaar, ook als je geen bezoeker van het museum bent. Na de lunch doet een medewerker van het onthaal de toegangspoort weer open.
Ik koos voor een aspergesoep. Het was lekker.





In het museum is er ook de tentoonstelling met militair materiaal. Heel veel tanks, auto’s, … Noem maar op. Ik vind dit minder interessant, dus ik hield het voor bekeken. Ik fietste terug naar het vakantiepark.
In een oorlogsmuseum vind ik de verhalen van de mensen veel interessanter dan zo’n militair materiaal. Hoe ging iemand om met de oorlog? Wat was zijn/haar gevoel? Hoe leefden de mensen? Wat dachten de soldaten als ze naar het front trokken?

Nog een paradepaardje van het museum: de fietsbrug door het museum. Je kunt gewoon door het museum fietsen. Ook hiervoor hoef je geen inkomkaartje te hebben. Je kunt er zo doorheen fietsen. Ik heb het helaas niet gedaan, maar mama en papa wel.
In het huisje aangekomen ben ik in bed gekropen. Uiteindelijk viel ik in slaap. Ondertussen kookten mijn broer en schoonzus een lekkere pasta. Na het eten namen zij afscheid, want het weekend zat erop.
Ik kroop weer mijn bed in, hopend op een goede nachtrust.

Dit museum moet ik zeker nog eens bezoeken. Ik was er al ooit een keer, maar sindsdien is het helemaal vernieuwd en je blog maakt dat ik er weer aan denk dat ik er nog eens heen moet.
LikeLike