MS en blaasklachten komen vaak voor. Na een mailtje met de neuroloog verwees ze me door naar de uroloog in het ziekenhuis die meer MS-patiënten behandelt.
Donderdag 28 mei 2026
Ik was ruim op tijd in de wachtkamer. Ik heb al in verschillende wachtkamers gezeten, maar in deze heb ik nog niet gezeten. Ik had mijn e-reader bij en een fles met water, want een goed gevulde blaas werd aangeraden. Die e-reader was een goed idee, want pas na ongeveer 40 minuten na mijn afspraaktijd werd ik binnengeroepen.
Dat er vertraging op haar schema zat, voelde ik ook wel. Ze was vriendelijk, maar leek wat gehaast. Ze vroeg wat mijn klachten waren, maar dit had ik allemaal op een papier getypt en afgeprint. Ik had ook al een plasdagboek van drie dagen bijgehouden. Ik was dus goed voorbereid. Eigenlijk was het voor haar al meteen duidelijk. Mijn blaasklachten komen van een overactieve blaas en dit is typisch voor MS-patiënten.
Ze vroeg me om even een plastest te doen. Dit is een soort van ‘potje’ (waar ook kinderen op leren plassen) dat in het normale toilet wordt gehangen. Hier kijken ze naar de urinestraal. Mijn blaas zat goed vol, dit werd later nog bevestigd door de echo, maar er kwam niets. Er was geen connectie met mijn sluitspier.
Nadien werd er een echo genomen. Hier zag de uroloog dat er 250 ml urine in mijn blaas zat. Ze ging ook nog met een scoop in mijn blaas. Het is niet zo’n fijn gevoel, maar ik heb al ergere pijn meegemaakt. Het is hooguit wat lastig. Er werd ook wat urine afgenomen om naar het labo te sturen. Mijn blaas was gezond. Om het anders te zeggen: de hardware was helemaal oké, met de software was het wat anders.
Ze schreef medicatie voor om mijn blaas te controleren. Eén pil was eigenlijk specifiek voor de prostaat, maar had ook gunstige effecten bij de vrouw. Er werd nog een controleafspraak gepland. En terwijl ik mijn spullen pakte, was ze al haar verslag aan het dicteren. Daardoor kwam ze ook gehaast over op mij.
Na het bezoek ging ik langs bij de apotheker. Helaas bleek dat de voorschriften nog niet op mijn identiteitskaart stonden. Thuis heb ik maar weer naar het ziekenhuis gebeld. Een uurtje later kreeg ik telefoon van de uroloog met excuses en dat de voorschriften erop staan. Ik fietste terug naar de apotheek. Helaas pindakaas, één medicijn moest besteld worden. Ik kon het die avond nog wel afhalen. Dus ’s avonds fietste ik terug naar de apotheek. Derde keer, goede keer? Jawel, eindelijk had ik de medicatie, zodat ik de volgende dag meteen kon starten.
Dinsdag 30 juni 2026
Vandaag werd ik terug bij de uroloog verwacht. Het was gemakkelijk dat het op dezelfde dag als mijn dosis Tysabri was en dan nog vlak bij elkaar qua uur. Maar de uroloog liet me weer even wachten. Toen ik in de wachtzaal zat, zaten er nog twee personen voor mij. Gelukkig had ik mijn boek bij. Dan gaat de tijd sneller vooruit.
Even later werd ik binnengeroepen door de verpleegkundige. De uroloog was in wisselwerking tussen twee consultatieruimtes waardoor ik weer even moest wachten.
Na een kwartiertje kwam de uroloog binnen. Ze vroeg hoe het ging en naar wat de medicatie gedaan heeft. Helaas heeft het weinig gedaan. Mijn plaskalender is nog hetzelfde als een maand geleden.
Ik mocht nog een keer proberen om op het speciale toilet te plassen, maar ondanks dat ik aandrang voelde, kwam er weer niets. Met een echo bevestigde de uroloog dat er geen urine in mijn blaas zat. Het was een voorbeeld van aandrang voelen, maar geen urine hebben.
Helaas is er geen andere medicatie. Er zijn wel andere mogelijkheden, maar ik moet daarvoor een afweging maken.
- Sonderen, waarop ik eigenlijk meteen neen zei. In ieder geval nu nog niet.
- PTNS: dit is een methode waarbij er een zenuw in de enkel wordt geprikkeld die in contact staat met de blaas. Dit is enkel enorm tijdrovend. Eerst moet je drie maanden lang wekelijks deze behandeling ondergaan, nadien om de 2 à 3 weken.
- Sacrale neurostimulator: Dit is een soort pacemaker die de zenuw prikkelt. Dit wordt ingeplant in de bil.
Al deze methodes vind ik behoorlijk heftig. Ik moet nu afwegen of ik mijn klachten ernstig genoeg vind om over te gaan tot die methodes. Momenteel neig ik veel meer naar neen dan naar ja. Binnen een jaar heb ik sowieso een nieuwe afspraak staan bij de uroloog om de stand van zaken te bespreken.
